Inhoudsopgave
Inleiding
Muisfuncties
Kaartoverzicht
In- en uitzoomen
Slepen
Begin- en einde vlag
Tijdelijke standplaatsen
Mouse-over gekleurd vlak
Status en statusinfo
Status en statusinfo tijdens interventie
Zet beschikbaar na interventie zonder slachtoffer
Berichtgeving
Jump menu onderwerpen of locaties
Interventie starten
Muisfuncties
Kaartoverzicht
In- en uitzoomen
Slepen
Begin- en einde vlag
Tijdelijke standplaatsen
Mouse-over gekleurd vlak
Status en statusinfo
Status en statusinfo tijdens interventie
Zet beschikbaar na interventie zonder slachtoffer
Berichtgeving
Jump menu onderwerpen of locaties
Interventie starten
Verplaatsing starten
Interventie opvolgen
Bijstand vragen
Een interventie, maar niemand beschikbaar
Interventielocatie wijzigen
Interventie naar onbekende locatie
Situatie rapport
Verplaatsing opvolgen
Afvoer van slachtoffer vanuit hulppost
Transfert van slachtoffer tussen hulpposten
Meldingen door externen
Tweede scherm
Icoon
Interventie opvolgen
Bijstand vragen
Een interventie, maar niemand beschikbaar
Interventielocatie wijzigen
Interventie naar onbekende locatie
Situatie rapport
Verplaatsing opvolgen
Afvoer van slachtoffer vanuit hulppost
Transfert van slachtoffer tussen hulpposten
Meldingen door externen
Tweede scherm
Icoon
Inleiding
Deze kaart is ontworpen om de hulpverleners op het OCP visueel te ondersteunen in hun taak. Daarbij worden alle bewegingen
geregistreerd in een digitaal velddagboek. De interactieve kaart bevat veel functionaliteiten, lees dus eerst de handleiding
goed door! Er wordt gebruikt gemaakt van een Google Maps kaart met alle gekende functies. Gebruik bij voorkeur de gratis
internetbrowser van Google Chrome voor een optimale werking!
Muisfuncties
Linkermuisknop: klikken op interventieploegen, ziekenwagens, hulpposten, MUGs, pleinen, ziekenhuizen...
Rechtermuisknop: start een interventie op bepaalde locatie
Linkermuisknop dubbelklik/muiswiel omhoog: inzoomen kaart
Rechtermuisknop dubbelklik/muiswiel omlaag: uitzoomen kaart
Linkermuisknop ingedrukt houden: slepen kaart
Rechtermuisknop: start een interventie op bepaalde locatie
Linkermuisknop dubbelklik/muiswiel omhoog: inzoomen kaart
Rechtermuisknop dubbelklik/muiswiel omlaag: uitzoomen kaart
Linkermuisknop ingedrukt houden: slepen kaart
Kaartoverzicht
Op een kaart kunnen we het volgende bekijken:
- hulpposten
- interventieploegen
- ziekenwagens, materiaalwagens, 4x4…
- MUGs
- Begin en einde vlag
- Ziekenhuizen
- Tijdelijke standplaatsen
- Gekleurde vakken (pleinen, podia, nooduitgangen, afgebakende terreinen...)
- Lijnen (bvb rand feestzone, parcours...)
- Klok
- Interventies
- ...

In- en uitzoomen
De kaart kan inzoomen en uitzoomen door de volgende handeling toe te passen:
- Linkermuisknop dubbelklik/muiswiel omhoog: inzoomen kaart
- Rechtermuisknop dubbelklik/muiswiel omlaag: uitzoomen kaart
- + en – teken links bovenaan de kaart


Slepen
Interventieploegen, ziekenwagens, MUG voertuigen, materiaalwagens, 4x4 en vlaggen kan je verslepen. Dit doe je door met de
linkermuisknop op de afbeelding of naamlabel te klikken en de muisknop ingedrukt te houden. Versleep vervolgens naar een
nieuwe locatie en laat uiteindelijk de muisknop los.
Op deze manier kan je de interventieploegen, ziekenwagens, MUG voertuigen, materiaalwagens, 4x4 of vlaggen een nieuwe locatie toekennen. Je kan dus ‘live’ de locaties opvolgen.
Het verslepen naar een nieuwe locatie wordt NIET automatisch geregistreerd in het velddagboek!
Op deze manier kan je de interventieploegen, ziekenwagens, MUG voertuigen, materiaalwagens, 4x4 of vlaggen een nieuwe locatie toekennen. Je kan dus ‘live’ de locaties opvolgen.
Het verslepen naar een nieuwe locatie wordt NIET automatisch geregistreerd in het velddagboek!
Begin- en einde vlag
Een beginvlag (rood) en eindevlag (groen) kan gebruikt worden bijvoorbeeld bij het volgen van een stoet, fietstocht, parade…
Door de vlaggen te verslepen kan je de begin- en eindlocatie ervan nauwkeurig opvolgen.

Tijdelijke standplaatsen
Een tijdelijke standplaats is een plaats waar een ziekenwagen of interventieploeg tijdelijk kan gestationeerd worden.
Bijvoorbeeld langs een parcours tijdens een grote fietstocht…

Mouse-over gekleurd vlak

Status en statusinfo

Er zijn 5 statussen:
- Beschikbaar (groen)
- Niet beschikbaar (rood)
- Stand-by (geel)
- In rust (oranje)
- Andere (blauw)
De statusinfo wordt automatisch weergegeven in het tekstvak afhankelijk van de status. Hier kan vrijblijvend extra informatie ingegeven worden. Bijvoorbeeld: een ploeg krijgt een logistieke opdracht, status wordt aangepast naar 'Andere' en statusinfo wordt bvb extra 'logistiek' ingegeven. Statusinfo wordt eveneens automatisch geregistreerd in het velddagboek.
Klik op één van de 5 statusknoppen om de status aan te passen, klik vervolgens op OK om alles op te slaan.
De individuele status wordt ook weergegeven in de achtergrondkleur van het naamlabel onder de afbeelding.

Dezelfde kleuren worden ook weergegeven in de verschillende menu’s.

Een interventieploeg, ziekenwagen, MUG, materiaalwagen of 4x4 die niet beschikbaar (rood) is, kan ook niet geselecteerd worden om op interventie te vertrekken of om bijstand te verlenen (zie verder).
Status en statusinfo tijdens interventie
Wanneer een interventieploeg, ziekenwagen of MUG op interventie is, wordt de status automatisch aangepast naar ‘Interventie’.
Dit is te vergelijken met de status ‘Niet beschikbaar’. Het naamlabel onderaan de afbeelding wordt rood. Als statusinfo wordt
ook een omschrijving van de opdracht weergegeven. Zolang de interventie lopende is (naar slachtoffer, aankomst slachtoffer,
met slachtoffer naar hulppost/ziekenhuis…), kan de interventieploeg, ziekenwagen, MUG, materiaalwagen of 4x4 niet meer
geselecteerd worden voor een nieuwe opdracht. Status en statusinfo kunnen dan ook niet gewijzigd worden.

Zet beschikbaar na interventie zonder slachtoffer
Wanneer een interventieploeg, ziekenwagen, MUG, materiaalwagen of 4x4 na de interventie geen slachtoffer meebrengt naar hulppost
of ziekenhuis, wordt zijn status automatisch aangepast naar ‘Na interventie’. Dit is te vergelijken met de status ‘Beschikbaar’.
Het naamlabel onderaan de afbeelding wordt groen. In feite loopt zijn opdracht nog steeds en kan het nog niet geselecteerd worden
voor een nieuwe opdracht. Maar de interventieploeg, ziekenwagen, MUG, materiaalwagen of 4x4 kan zich wel ‘vrijmaken’ voor een
nieuwe opdracht. Vrijmaken gebeurt door op de afbeelding te klikken en in het infovenster op de knop ‘Zet beschikbaar’
te klikken. Vanaf nu is de interventieploeg, ziekenwagen, MUG, materiaalwagen of 4x4 volledig vrij om een nieuwe opdracht aan
te gaan.

Berichtgeving
Wanneer er een bericht ontvangen of verzonden wordt van of aan een interventieploeg, ziekenwagen, MUG, materiaalwagen, 4x4,
hulppost... dan kan dit door op de desbetreffende afbeelding te klikken met de linkermuisknop. Een infovenster opent zich. Klik
vervolgens rechts bovenaan het infovenster op de ‘Actie’ knop. Nu kan je een bericht ingeven, eventueel met een gevolg. Selecteer
ook of het bericht bestemd is voor de OCP of komende is van de OCP. Dit bericht wordt automatisch geregistreerd in het velddagboek.

Jump menu onderwerpen of locaties
Het Jump-menu wordt gebruikt om snel naar een bepaald onderwerp of locatie op de kaart te gaan.
Bij grote interactieve kaarten zie je niet meteen alle onderwerpen in hetzelfde overzichtsbeeld. Selecteer daarom het juiste onderwerp uit de Jump-lijst om deze snel in beeld te krijgen. Een onderwerp kan zijn: interventieploegen, ziekenwagens, MUGs, tijdelijke standplaatsen, hulpposten, ziekenhuizen, gekleurde vlakken…
Ook kan een kaart verschillende locaties omvatten waar een deel van het evenement plaatsvindt, bvb een parking, evenemententerrein, camping... Deze locaties liggen niet noodzakelijk vlak naast elkaar. Via de jump-lijst locaties kan je snel naar deze locaties gaan.
Bij grote interactieve kaarten zie je niet meteen alle onderwerpen in hetzelfde overzichtsbeeld. Selecteer daarom het juiste onderwerp uit de Jump-lijst om deze snel in beeld te krijgen. Een onderwerp kan zijn: interventieploegen, ziekenwagens, MUGs, tijdelijke standplaatsen, hulpposten, ziekenhuizen, gekleurde vlakken…
Ook kan een kaart verschillende locaties omvatten waar een deel van het evenement plaatsvindt, bvb een parking, evenemententerrein, camping... Deze locaties liggen niet noodzakelijk vlak naast elkaar. Via de jump-lijst locaties kan je snel naar deze locaties gaan.


Interventie starten
Er zijn 3 manieren om een interventie te starten.
Is er een interventie op één van de gekleurde vlakken (feestpleinen, campings, parkings...)? Klik daarvoor met de linkermuisknop
op het desbetreffende vlak. Een infovenster zal zich openen. Klik vervolgens rechts bovenaan het infovenster op de ‘Actie’ knop
en selecteer ‘Interventie naar deze locatie’. Kies nu de interventieploeg, ziekenwagen, 4x4 of MUG die de interventie zal
uitvoeren en selecteer de oproeper en het vermoedelijk probleem (verplicht!). Extra informatie vul je zo volledig mogelijk in
met alle beschikbare informatie (optioneel!). Klik vervolgens op 'OK'. Deze beweging wordt ook automatisch
geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek.

Weet je de interventielocatie liggen op de kaart, klik dan op die locatie met de rechtermuisknop. Een infovenster zal zich
openen. Klik vervolgens rechts bovenaan het infovenster op de ‘Actie’ knop en selecteer ‘Interventie naar deze locatie’. Kies
opnieuw de interventieploeg, ziekenwagen, 4x4 of MUG die de interventie zal uitvoeren en selecteer de oproeper en het vermoedelijk
probleem (verplicht!). Extra informatie vul je zo volledig mogelijk in met alle beschikbare informatie (optioneel!). Klik vervolgens
op 'OK'. Deze beweging wordt ook automatisch geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets
in te geven in het velddagboek.

Indien je de straat niet weet zijn, kan je deze opzoeken vanuit het zoekfunctie bovenaan de interactieve kaart. Je zoekt
tegelijkertijd op straatnaam en horecazaak. Selecteer het juiste, een infovenster opent zich. Kies opnieuw de ploeg die de
interventie zal uitvoeren en selecteer de oproeper en het vermoedelijk probleem (verplicht!). Extra informatie vul je zo volledig mogelijk in
met alle beschikbare informatie (optioneel!). Klik vervolgens op 'OK'. Deze beweging wordt ook
automatisch geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek.

Verplaatsing starten
Op analoge manier als zoals bij een interventie starten, kan er ook een verplaatsing worden gemaakt naar desbetreffende locatie.
Nadat de infovenster zich heeft geopend, klik je rechts bovenaan op de ‘Actie’ knop en selecteer je vervolgens ‘Verplaatsing naar
deze locatie. Selecteer vervolgens de juiste interventieploeg, ziekenwagen… uit het lijstje. Vul eventueel extra informatie aan
(optioneel).
Wanneer de verplaatsing naar een hulppost, standplaats… moet gebeuren, klik je op de interventieploeg, ziekenwagen… en klik je opnieuw op de ‘Actie’ knop rechts bovenaan het geopend infovenster. Selecteer de locatie uit het lijstje. Vul eventueel extra informatie aan (optioneel).
Wanneer de verplaatsing naar een hulppost, standplaats… moet gebeuren, klik je op de interventieploeg, ziekenwagen… en klik je opnieuw op de ‘Actie’ knop rechts bovenaan het geopend infovenster. Selecteer de locatie uit het lijstje. Vul eventueel extra informatie aan (optioneel).

Interventie opvolgen
Wanneer een interventie is gestart, wordt deze interventie weergegeven op de kaart door middel van een interventiecirkel. Klik
met de linkermuisknop op de interventiecirkel voor meer opties.

Als de interventieploeg nog onderweg is, zie je deze in het bovenste lijstje staan. Eens de interventieploeg aangekomen is bij het slachtoffer, klik je op de knop 'Aankomst bij SO'. Indien geen slachtoffer gevonden, klik op de knop 'Geen SO, terug naar HP' en selecteer vervolgens welke hulppost. Indien de opdracht geannuleerd wordt, klik op de knop ‘Annuleren’ en geef vervolgens de reden op.
Eens bij een slachtoffer aangekomen, veranderd de rode interventiecirkel naar een groene interventiecirkel. De interventieploeg
wordt ook automatisch geplaatst op de interventiecirkel. Dit gebeurt ook als er geen SO gevonden is. Deze bewegingen worden ook
automatisch geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek.
Opnieuw kan je op de interventiecirkel klikken voor meer opties. Nu merk je dat de ploeg geregistreerd staat onder aangekomen bij het SO. Hieruit kan je kiezen voor 3 knoppen: 'Vertrekt MET SO naar HP', 'Vertrekt ZONDER SO naar HP' en 'Blijft ter plaatse'. Kies de juiste knop naargelang de beweging van de interventieploeg en selecteer vervolgens de bestemming. Een ziekenwagen gaat nog een extra knop hebben: 'Vertrekt met SO naar ZH'. Een ziekenwagen kan ook terug naar een standplaats (SP) vertrekken. Deze bewegingen worden ook automatisch geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek.

Wanneer de interventieploeg met of zonder slachtoffer naar de hulppost terug keert, zie je dat ook op de kaart met een groene lijn. Opnieuw kan je op de interventiecirkel klikken voor de gekende opties. Terug naar hulppost ZONDER slachtoffer kan voorvallen wanneer de interventieploeg het slachtoffer ter plaatse verzorgt of dat het slachtoffer is doorgegeven aan een ziekenwagen. Deze beweging wordt ook automatisch geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek.

Elke interventie heeft zijn eigen interventiecirkel. Per interventiecirkel kan je kiezen voor de opties eigen aan de interventie!

Als de interventieploeg nog onderweg is, zie je deze in het bovenste lijstje staan. Eens de interventieploeg aangekomen is bij het slachtoffer, klik je op de knop 'Aankomst bij SO'. Indien geen slachtoffer gevonden, klik op de knop 'Geen SO, terug naar HP' en selecteer vervolgens welke hulppost. Indien de opdracht geannuleerd wordt, klik op de knop ‘Annuleren’ en geef vervolgens de reden op.

Opnieuw kan je op de interventiecirkel klikken voor meer opties. Nu merk je dat de ploeg geregistreerd staat onder aangekomen bij het SO. Hieruit kan je kiezen voor 3 knoppen: 'Vertrekt MET SO naar HP', 'Vertrekt ZONDER SO naar HP' en 'Blijft ter plaatse'. Kies de juiste knop naargelang de beweging van de interventieploeg en selecteer vervolgens de bestemming. Een ziekenwagen gaat nog een extra knop hebben: 'Vertrekt met SO naar ZH'. Een ziekenwagen kan ook terug naar een standplaats (SP) vertrekken. Deze bewegingen worden ook automatisch geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek.

Wanneer de interventieploeg met of zonder slachtoffer naar de hulppost terug keert, zie je dat ook op de kaart met een groene lijn. Opnieuw kan je op de interventiecirkel klikken voor de gekende opties. Terug naar hulppost ZONDER slachtoffer kan voorvallen wanneer de interventieploeg het slachtoffer ter plaatse verzorgt of dat het slachtoffer is doorgegeven aan een ziekenwagen. Deze beweging wordt ook automatisch geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek.

Elke interventie heeft zijn eigen interventiecirkel. Per interventiecirkel kan je kiezen voor de opties eigen aan de interventie!
Bijstand vragen
Bijstand kan gevraagd worden voor een interventieploeg, ziekenwagen, 4x4 of MUG. Klik op de interventiecirkel. Klik vervolgens op
de ‘Actie’ knop en selecteer ‘Bijstand gevraagd’. Selecteer in het lijstje de interventieploeg, ziekenwagen, 4x4 of MUG die in
bijstand moeten komen.

De bijstand merk je zichtbaar op op de kaart. Deze keer met een oranje lijn in plaats van rode lijn. Er is reeds hulpverlening ter plaatse, dus de prioriteit van die interventie is niet meer rood (hoge prioriteit) maar oranje (lagere prioriteit). Deze beweging wordt ook automatisch geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek.
Klik opnieuw op de interventiecirkel voor de opties van die interventie. Merk op dat de interventieploeg nog steeds aanwezig is bij het slachtoffer en dat de ziekenwagen onderweg is naar die interventieploeg en het slachtoffer. Klik opnieuw op de knoppen om de bewegingen te registreren.

Wanneer de interventieploeg, ziekenwagen, 4x4 of MUG in bijstand ter plaatse is, wordt deze ook automatisch verplaatst op de kaart. Deze bewegingen worden opnieuw automatisch geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek.
Wanneer de ziekenwagen het slachtoffer overneemt en afvoert naar het ziekenhuis, klik je op de knop 'Vertrekt ZONDER SO naar HP' voor de interventieploeg en op de knop 'Vertrekt met SO naar ZH' voor de ziekenwagen. Selecteer vervolgens de respectievelijke bestemming. Heb je enkel 2 interventieploegen op één interventie, dan moet je voor elke interventieploeg klikken op de knop 'Vertrekt MET SO naar HP'. Deze bewegingen worden opnieuw automatisch geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek. De bewegingen van de ziekenwagen volg je verder op door met de linkermuisknop in het vak van het ziekenhuis te klikken. Opnieuw opent zich een infovenster waar je opnieuw de reeds beschreven opties ter beschikking hebt.

De bijstand merk je zichtbaar op op de kaart. Deze keer met een oranje lijn in plaats van rode lijn. Er is reeds hulpverlening ter plaatse, dus de prioriteit van die interventie is niet meer rood (hoge prioriteit) maar oranje (lagere prioriteit). Deze beweging wordt ook automatisch geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek.
Klik opnieuw op de interventiecirkel voor de opties van die interventie. Merk op dat de interventieploeg nog steeds aanwezig is bij het slachtoffer en dat de ziekenwagen onderweg is naar die interventieploeg en het slachtoffer. Klik opnieuw op de knoppen om de bewegingen te registreren.

Wanneer de interventieploeg, ziekenwagen, 4x4 of MUG in bijstand ter plaatse is, wordt deze ook automatisch verplaatst op de kaart. Deze bewegingen worden opnieuw automatisch geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek.
Wanneer de ziekenwagen het slachtoffer overneemt en afvoert naar het ziekenhuis, klik je op de knop 'Vertrekt ZONDER SO naar HP' voor de interventieploeg en op de knop 'Vertrekt met SO naar ZH' voor de ziekenwagen. Selecteer vervolgens de respectievelijke bestemming. Heb je enkel 2 interventieploegen op één interventie, dan moet je voor elke interventieploeg klikken op de knop 'Vertrekt MET SO naar HP'. Deze bewegingen worden opnieuw automatisch geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek. De bewegingen van de ziekenwagen volg je verder op door met de linkermuisknop in het vak van het ziekenhuis te klikken. Opnieuw opent zich een infovenster waar je opnieuw de reeds beschreven opties ter beschikking hebt.

Een interventie, maar niemand beschikbaar
Wanneer er niemand beschikbaar is voor een net binnen gelopen interventieopdracht, kan je deze op wacht zetten tot er iemand
bechikbaar komt. Selecteer daarvoor ‘NIEMAND’ uit het lijstje met (niet-) beschikbare ploegen. Je krijgt vervolgens een
interventiecirkel die telkens op een neer springt om aan te duiden dat voor deze interventie nog niemand is aangeduidt. Klik op
deze interventiecirkel om een vrijgekomen interventieploeg ernaar toe te sturen. De verdere afhandeling van deze interventie
gebeurt verder zoals eerder beschreven. Je kan ook deze interventieopdracht annuleren, vul vervolgens ook de reden in van annulatie.

Interventielocatie wijzigen
Wanneer de interventieploeg doorgeeft dat de interventielocatie afwijkt van wat oorspronkelijk is doorgegeven, kan deze eenvoudig
gewijzigd worden. Klik daarvoor op de ‘Actie’ knop en selecteer ‘Wijzig interventielocatie’.
Vervolgens kan je analoog aan ‘interventie naar onbekende locatie’ de juiste locatie aanduiden door de interventiecirkel te verslepen naar de juiste locatie of de locatie op te zoeken via het zoekveld.
Bevestig uiteindelijk de juiste interventielocatie.

Vervolgens kan je analoog aan ‘interventie naar onbekende locatie’ de juiste locatie aanduiden door de interventiecirkel te verslepen naar de juiste locatie of de locatie op te zoeken via het zoekveld.
Bevestig uiteindelijk de juiste interventielocatie.

Interventie naar onbekende locatie
Een interventieploeg, ziekenwagen… kan ook vertrekken naar een onbekende interventielocatie. Selecteer daarvoor de
interventieploeg, ziekenwagen… Opnieuw een klik op de ‘Actie’ knop en selecteer vervolgens ‘Interventie naar onbekende locatie’.
Vergeet de op oproeper te selecteren (verplicht!). Bij extra info (optioneel!) vul je zo veel mogelijk informatie in.
Klik uiteindelijk op ‘OK’.

Er verschijnt de rode interventiecirkel in het midden van het scherm, maar nu met een vraagteken. Dit vraagteken duidt aan dat de
interventielocatie nog niet gekend is. Klik op de interventiecirkel voor meer opties. Zolang de interventielocatie niet
definitief bekend is, zijn de opties eerder beperkt. Je kan enkel de interventieploeg, ziekenwagen… laten aankomen, geen so
vinden en terug keren naar de hulppost of de opdracht annuleren.
Bijstand kan je enkel vragen wanneer de interventielocatie definitief bekend is.
Bijstand kan je enkel vragen wanneer de interventielocatie definitief bekend is.

Om definitief de interventielocatie vast te leggen, sleep je de interventiecirkel naar de juist locatie van interventie OF klik je
op de 'Actie' knop en selecteer je vervolgens 'Wijzig interventielocatie'. Ten slotte kan de
interventielocatie zoeken met het zoekveld. Bevestig de definitieve interventielocatie. Vanaf dan heb je alle opties terug
beschikbaar en handel je verder zoals reeds eerder beschreven.

Staat de interventiecirkel in de weg, sleep hem dan naar een andere locatie op het scherm en bevestig vervolgens met ‘Annuleren’.
Situatie rapport
Tijdens een interventie kan je ten alle tijde een situatie rapport (SITRAP) doorgeven, klik daarvoor op de ‘Actie’ knop en je kan
vervolgens een SITRAP ingeven. De SITRAP komt steeds op naam van het 1ste team ter plaatse. Deze SITRAP wordt automatisch
geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek.

Verplaatsing opvolgen
Wanneer een verplaatsing is gestart, wordt deze verplaatsing weergegeven op de kaart met een blauwe lijn en een blauw bol. De
blauwe bol is de eindbestemming. Klik hierop om extra functies weer te geven. Je kan de interventieploeg, ziekenwagen… laten
aankomen op bestemming of een andere interventieploeg, ziekenwagen… naar dezelfde bestemming laten komen via de 'Actie'-knop.
Deze bewegingen worden opnieuw automatisch geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek.

Afvoer van slachtoffer vanuit hulppost
Je kan snel een afvoer regelen van een slachtoffer vanuit een hulppost. Klik daarom met de linkermuisknop op de ziekenwagen die
deze afvoer gaat uitvoeren. Klik vervolgens op de gekende ‘Actie’ knop. Selecteer vervolgens vanuit welke hulppost en naar welk
ziekenhuis. Je kan eventueel ook een MUG selecteren die in bijstand kan gekomen. Vul ook de extra info aan (verplicht!).
Nu kan je ziekenwagen (en MUG) vertrekken naar de hulppost. Klik op de hulppost om deze te laten aankomen en even later te laten vertrekken naar het ziekenhuis.
Klik op het symbool van ziekenhuis om de ziekenwagen (en MUG) te laten aankomen in het ziekenhuis. Gaat de ziekenwagen toch naar een ander ziekenhuis, dan kan je hier ook de bestemming wijzigen.
Deze bewegingen worden opnieuw automatisch geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek.
Nu kan je ziekenwagen (en MUG) vertrekken naar de hulppost. Klik op de hulppost om deze te laten aankomen en even later te laten vertrekken naar het ziekenhuis.
Klik op het symbool van ziekenhuis om de ziekenwagen (en MUG) te laten aankomen in het ziekenhuis. Gaat de ziekenwagen toch naar een ander ziekenhuis, dan kan je hier ook de bestemming wijzigen.
Deze bewegingen worden opnieuw automatisch geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek.

Transfert van slachtoffer tussen hulpposten
Je kan snel een transfer regelen van een slachtoffer van een hulppost naar een andere hulppost (VMP). Klik daarom met de
linkermuisknop op de ziekenwagen die deze transfer gaat uitvoeren. Klik vervolgens op de gekende ‘Actie’ knop. Selecteer
vanuit welke hulppost de transfer plaatsvindt en naar welke hulppost (VMP) het slachtoffer gebracht wordt. Vul ook de extra info
aan (optioneel).
Nu kan je ziekenwagen vertrekken naar de hulppost. Klik op de hulppost om deze te laten aankomen en even later te laten vertrekken naar de andere hulppost.
Klik op de hulppost (VMP) van bestemming om je ziekenwagen laten aankomen in de hulppost.
Deze bewegingen worden opnieuw automatisch geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek.
Nu kan je ziekenwagen vertrekken naar de hulppost. Klik op de hulppost om deze te laten aankomen en even later te laten vertrekken naar de andere hulppost.
Klik op de hulppost (VMP) van bestemming om je ziekenwagen laten aankomen in de hulppost.
Deze bewegingen worden opnieuw automatisch geregistreerd in het velddagboek. Je hoeft dus niets in te geven in het velddagboek.

Meldingen door externen

Je krijgt via dit online formulier de nodige gegevens over de locatie en de aard van de verwonding van het slachtoffer. De melder kan ook zijn gegevens acherlaten om eventueel meer informatie op te vragen.
Je krijg quasi onmiddellijk een verwittiging van deze melding in de interactieve kaart. Je kan snel de melding selecteren, je ziet vervolgens de locatie van het slachtoffer op de interactieve kaart en je kan er direct een interventieploeg aan koppelen. Vergeet ook niet het vermoedelijk probleem te selecteren. Alles wordt zelfs automatisch neergeschreven in het velddagboek.
Dus opnieuw met slechts enkele muisklikken start je de interventie.
Tweede scherm

De combinatie van de kaart en dit tweede scherm, geef je heel veel informatie over het evenement. Op het tweede scherm vind je de volgende informatie:
- Beschikbaarheden van alle middelen
- Overzicht van de lopende en afgelopen interventies
- Mogelijkheid om de details te bekijken van alle interventies, klik hiervoor op
- Ontvangen meldingen
- Uitgestuurde push berichten
- Overzicht velddagboek
- Bericht ingeven in het velddagboek
Icoon
Er zijn honderden iconen beschikbaar die kunnen helpen om verschillende onderdelen van het evenement te benoemen. Naar elk icoon
kan een interventie of een verplaatsing georganiseerd worden door er met de linkermuisknop op te klikken.

Letterlabel
Een letterlabel kan gebruikt worden om op de kaart een voorwerp een label toe te kennen van maximum 3 letters of cijfers. Hier kunnen
geen interventies of verplaatsingen naar gestuurd worden.

Woordlabel
Een woordlabel kan gebruikt worden om op de kaart een voorwerp een label toe te kennen van maximum 15 letters of cijfers. Hier kunnen
geen interventies of verplaatsingen naar gestuurd worden.

Submap
Bij een preventieve hulpactie waar een gedetailleerd plan op schaal voorhanden is, kan dit plan gebruikt worden als hulp bij het
uitvoeren van de interventies. Dit plan wordt geprojecteerd over de kaart.

Grid
Bij preventieve hulpacties op een groot oppervlak buiten bebouwde omgeving, kan een grid (raster) gebruikt worden. Het terrein
wordt ingedeeld in vakken van eenzelfde grootte. Zo kan een nauwkeurige locatie worden bekomen. Door met de muis overheen de
vakken te gaan, verschijnt linksonder het scherm het vaknummer.
Het grid heeft enkele functies:
Het grid heeft enkele functies:
- Klik je met de rechtermuisknop op een vak. Je kan meteen een interventieploeg, ziekenwagen… er naar toe sturen volgens de reeds eerder beschreven handelingen.
- Sleep je een interventieploeg, ziekenwagen… naar een bepaald vak, dan wordt dit automatisch geregistreerd in het velddagboek (indien zo ingesteld bij instellingen).

KML/KMZ laag
Soms stelt de organisatie een KML/KMZ laag ter besckikking. Deze kan worden opgeladen naar Perkament. Er kunnen zoveel lagen opgeladen worden als er nodig zijn. Linksonder de kaart verschijnt een box waar de veschillende lagen kunnen geselecteerd worden of zelfs uitgezetten worden.
Alle KML/KMZ items kunnen geselecteerd worden met de linkermuisknop om er een interventie of verplaatsing naartoe te sturen volgens de reeds eerder beschreven handelingen.
Alle KML/KMZ items kunnen geselecteerd worden met de linkermuisknop om er een interventie of verplaatsing naartoe te sturen volgens de reeds eerder beschreven handelingen.

Velddagboek overzicht
Klik op om het velddagboek te bekijken. Zoals regelmatig vermeld, worden alle bewegingen die je uitvoert via de kaart automatisch geregistreerd
in het velddagboek. Je hoeft enkel het hoogstnoodzakelijke in te geven. Van hieruit kan je ook berichten wijzigen (-W-) of
verwijderen (-X-).

Velddagboek berichten
Hier kan je berichten in het velddagboek ingeven die je niet via de interactieve kaart kan ingeven, bvb Telefoon van secretariaat
organisatie met melding van slachtoffer. Staat een naam niet in het lijstje, dan kan je zelf een naam invullen in het kleine
vakje onderaan de lijst. Via markeren kan je een bericht in het velddagboek in een bepaalde kleur laten oplichten. Je kan ook
een bericht in het verleden invoegen, klik daarvoor in het vak ‘Voeg toe op tijd’ en selecteer vervolgens datum en de tijd.

Push berichten
Met de Perkament app krijgen de interventieploegen en ziekenwagens automatisch een push bericht bij het aanvangen van hun interventie.
Die gegevens kunnen ze vervolgens bekijken in de app. Daarnaast kunnen ze de interventielocatie bekijken op een kaart. Zie menu -> Perkament apps ->
Gebruik voor meer info.
Achter de knop met het smartphone-icoon bevindt zich het menu voor push berichtgeving.
Je kan een push bericht sturen naar iedereen, naar bepaalde groepen (bvb enkel interventieploegen) of individueel. Geef eerst een bericht in, selecteer de ontvanger(s) en klik vervolgens op de knop 'Verzend groepbericht'.
Met de knop 'Uitloggen Perkamentapp' wordt iedereen automatisch uitgelogd uit de Perkament app, gebruik dit steeds op het einde van de preventieve hulpactie. Zo krijgen de hulpverleners geen push berichten meer indien de preventieve hulpactie over meerdere momenten loopt.
De knop 'Schakel in' of 'Schakel ui' zorgt ervoor dat je tijdelijk de push berichtgeving kan in of uitschakelen.

Je kan een push bericht sturen naar iedereen, naar bepaalde groepen (bvb enkel interventieploegen) of individueel. Geef eerst een bericht in, selecteer de ontvanger(s) en klik vervolgens op de knop 'Verzend groepbericht'.
Met de knop 'Uitloggen Perkamentapp' wordt iedereen automatisch uitgelogd uit de Perkament app, gebruik dit steeds op het einde van de preventieve hulpactie. Zo krijgen de hulpverleners geen push berichten meer indien de preventieve hulpactie over meerdere momenten loopt.
De knop 'Schakel in' of 'Schakel ui' zorgt ervoor dat je tijdelijk de push berichtgeving kan in of uitschakelen.
Kaartstijl wijzigen
De kaartstijl kan je aanpassen naar een nachtmodus of een leuke retrolook...

Interventies samenvoegen
Regelmatig valt het voor dat verschillende interventieploegen onderweg zijn voor hetzelfde slachtoffer. Deze informatie is bijvoorbeeld
binnen gekomen via verschillende kanalen. Deze interventies kunnen worden samengevoegd tot één interventie en alle betrokken
interventieploegen worden hierdoor ook tot één interventie gebundeld.

Multi operator

Snelle notities
Snel een notitie, opmerking, geheugensteuntje... maken voor later. Het kan via de knop.

Multi operator
Kaart vastgelopen? Er bestaat een oplossing via de knop.
